
donderdag 28 juli 2011
Opvoeding

maandag 25 juli 2011
Dnjepr

Bijna onmiddellijk verloor ik iedere interesse in het programma.
zondag 17 juli 2011
Continental breakfast

maandag 11 juli 2011
Edi

woensdag 29 juni 2011
Compensatie
‘Hm,’ zei ik bedachtzaam. ‘Je zult wel gelijk hebben.’
donderdag 23 juni 2011
Poëtisch

woensdag 1 juni 2011
La bonne éducation

woensdag 25 mei 2011
Terra promessa

woensdag 18 mei 2011
OSM

Een week ben ik nu in het Gooi. Helemaal alleen. Dat is geen straf, want het is er heel mooi. Uit ieder raam waar ik kijk is groen. Overal fluiten vogeltjes. Soms zwaai ik naar een passerende eekhoorn, maar die rennen altijd snel een boom in als ze me in de smiezen krijgen. Kortom, allemaal bijzonder rustgevend en idyllisch. Langs de laantjes staan rietgedekte boerderijen. Zo nu en dan zoeft er een glimmende landrover voorbij. Soms zie ik een koetsje met een paard ervoor.
Bij de bushalte in het dorp leunt een man in een witte broek tegen een monumentaal huisje. Hij staat daar niet te wachten op een bus natuurlijk, niemand gaat hier met de bus. Hij poseert voor een fotograaf. De man draagt een donkerblauw jasje met gouden knopen en heeft zijn armen over elkaar gevouwen. Onverschrokken blikt hij in de lens. ‘Nu nog even met de labrador erbij,’ zegt de fotograaf, ‘voor het laatste shot.’ Dat wordt ongetwijfeld een puike foto voor in de Quoti.
In Lombok zie ik nooit een labrador. Er zijn wel katten, meestal een beetje van het groezelige genre. Ze worden in het geheel niet afgeschrikt door mijn overbuurman, als die weer eens op straat staat te zagen. De Surinaamse meneer met de cactusverzameling zwaait vanaf zijn leren bank als ik langskom. ‘Oeeeh!’ brult onze buurtgek, ‘oeeeeeeah!’ Hij draagt altijd hetzelfde voetbalshirt. Bij het oversteken moet ik goed uitkijken niet van de sokken te worden gereden door Turkse overmoedigheid in een blitse BMW.
Ik heb ineens een beetje heimwee, geloof ik.
woensdag 11 mei 2011
Zestien

woensdag 4 mei 2011
Tenue de ville

maandag 25 april 2011
Natuur

maandag 11 april 2011
Academia

dinsdag 5 april 2011
Jarig
Hoe ouder je wordt, hoe minder spannend dat is. Voor je vijfde verjaardag kreeg je een vrolijke kroon van papier, een versierde stoel en mocht je uitdelen op school. Ook gaf je een partijtje. En eigenlijk was dat heel leuk. Soms, als ik bij de mensen naar binnen gluur, zie ik de volwassen variant van het partijtje. Dat ziet er dan uit als volgt: grote mannen en vrouwen die in een kring bier uit een flesje drinken of een stukje taart eten. Zo’n soort verjaardag wil ik natuurlijk niet. Toch heb ik het onbestemde gevoel dat er iets speciaals zou moeten gebeuren, maar ik weet niet precies wat. Het een beetje zoals met kerstmis. Opgelegde gezelligheid.Uit protest en bij wijze van proef besloot ik daarom ooit één editie van mijn verjaardag helemaal alleen te beleven. Vieren kun je het in dat geval niet noemen. Alleen opstaan op je verjaardag is om te beginnen zeer weinig feestelijk – het is in feite de enige dag van het jaar dat ik het betreur geen hond in huis te hebben. Tegen beter weten in bleef ik hopen op een wonder. Een grote slagroomtaart in de keuken, een enorme berg post. Een oude vriend die speciaal van ver was gekomen om mij te zien. Maar er gebeurde niets, natuurlijk. Toen ik ’s avonds in mijn eentje bij de Turkse snackbar heel erg veel zelfmedelijden stond te hebben, realiseerde ik me dat ook dit geen oplossing kon zijn.
Dus vandaag doe ik gewoon weer ouderwets gezellig. Met slingers en ballonnen, en misschien zelfs wel kaarsjes op de taart. U mag allemaal bellen. Hoera!
vrijdag 25 maart 2011
Twaalfuurtje

vrijdag 18 maart 2011
Gentleman

zondag 13 maart 2011
Sexy

dinsdag 8 maart 2011
Buitengewoon

zondag 27 februari 2011
Blij

zaterdag 19 februari 2011
Lief

zaterdag 29 januari 2011
Aart

zaterdag 22 januari 2011
Andijvie

zondag 16 januari 2011
Magisch

De Efteling. Wie is er niet groot mee geworden? Denk eens terug aan de goede dagen dat we het uitkraaiden van plezier als we het zevende geitje in de klok ontwaarden en van zingende paddenstoel naar zingende paddenstoel renden. Mijn moeder wilde altijd heel lang kijken naar de rode schoentjes, maar dat was eigenlijk niet zo spectaculair. Nee, dan de grote groene draak! Die rook ook altijd een beetje naar verbrand rubber. Heel spannend was dat.
Maar het allerbeste en allermooiste van het sprookjesbos vond ik de Indische waterlelies, gebaseerd op een verder totaal onbekend sprookje van de hand van koningin Fabiola (wist u het?). Vroeger was de stem die het verhaal vertelde van Fabiola zelf, tegenwoordig is het Paul de Leeuw (oh gruwel) met zijn lijmstem. Op zich niet zo erg, het verhaal was toch altijd al volkomen onduidelijk. Iets met een heks, en een vloek, en sterren, of zo.
In ieder geval. Als het nacht was, gingen de betoverde waterlelies open en dan dansten daar een soort van elfjes in. Ze dansten op een heel koddig doch pakkend deuntje dat ook nu nog zijn emotionele uitwerking op mij niet mist. Zelfs nu op een filmpje vind ik het nog mooi om te zien, ook al valt ineens op dat de popjes houterig bewegen en de ganzen niet helemaal in de maat deinen. Het blijft magisch. Jammer dat het maar twee minuten duurt.
zaterdag 8 januari 2011
Carrière

vrijdag 31 december 2010
Praktijk

vrijdag 17 december 2010
Artis
Ik gaf de Schrijver altijd een jaarabonnement op Artis voor zijn verjaardag. In het bijzonder waren wij gehecht geraakt aan nijlpaard Tanja. Zij woonde in een piepklein betonnen bassin maar kon wegens ouderdom niet kon worden verhuisd (dat laatste hadden we gelezen in het Artisblad). Verder stonden we altijd even extra lang stil bij de twee geleende ijsberen uit Parijs, die zonder onderbreking neurotisch rondjes liepen op hun cementen ijsschots.Mijn vriend ging –naar eigen zeggen- vooral naar Artis om ongelukkige gezinnen te observeren. ‘Kijk poezie, daar lopen er weer een paar,’ wees hij dan. Ik knikte en smeerde nog maar eens wat lipgloss op. Destijds (anno 2002) was ik een grootverbruiker van lipgloss, meestal met aardbeiensmaak of soms met een beetje glitter. ‘Lippenstift bewaart ze wel voor later,’ zongen de Schrijver en Martin dan, ‘dat loopt veel te veel in de gaten’ (Kinderen voor Kinderen 7).
Ik zelf had het eigenlijk niet zo op Artis. De flamingo’s bij de ingang stonden in een bruine plas water te wachten op beter weer, en leken te lijden aan ernstige depressies. Ook de meeste katachtigen maakten een uitgebluste indruk in de druilerige oktoberregen. Sommige dieren zaten binnen, maar daar werd het niet veel beter van. Zo was er een broeierig "reptielenhuis" met een verzameling enge klamme krokodillen en een sterk stinkend "apenhuis" waar een kolonie overdekte apen ongeinspireerd in de touwen bungelde.
dinsdag 7 december 2010
Poezie
Op een goede dag in ons eindexamenjaar zochten mijn vriendinnetje en ik voor de schoolkrant een flamboyante oud-leerling om een leuk stukje te schrijven. Onze leraar Nederlands, zelf auteur van enige dichtbundels, tipte een student journalistiek uit Amsterdam. ‘Hij drinkt stevig en is een beetje gek, maar hij schrijft goed,’ waarschuwde hij.woensdag 1 december 2010
Kus
In de wijze van begroeten liggen belangrijke interculturele verschillen besloten. Voor mannen zijn de problemen groter dan voor vrouwen, omdat die elkaar in Nederland blijkbaar niet zomaar op de wang kunnen zoenen. In plaats daarvan wordt een soort van stoer ritueel uitgevoerd dat een combinatie is tussen een handdruk en een joviale klap op de schouder. In de meer mediterrane landen daarentegen dient juist te worden gekust en omhelsd. In Afrika zag ik ook vaak mannen hand in hand lopen. Dacht ik eerst dat het een heel homosueel-vriendelijk gebied was, maar het bleek bij nader inzien een normale vriendschapsuiting te zijn.Ook voor de kussende vrouw zijn er echter enige kanttekeningen. De Hollandse zoen is tegenwoordig standaard drievoudig, te beginnen bij de rechterwang (jouw rechterwang, de linkerwang van de gekuste). Dat heeft zelfs een naam: de Brabantse drieklapper. In het Italiaans wordt slechts tweemaal gekust en dan (let op) links beginnen, terwijl Frans tweemaal vanaf rechts is. Dit bezorgt heel wat Nederlanders vervelende neussituaties en is ook nog eens lokaal gebonden: in Arles bijvoorbeeld is het verwarrend genoeg drie zoenen (maar ik ben alweer vergeten aan welke kant men dient te starten). De Belgische zoen is geloof ik een enkele kus vanaf rechts, maar ook dat durf ik niet helemaal met zekerheid te zeggen.
Nu komt natuurlijk het meest interessante gedeelte. Zijn er ook dergelijke verschillen in de tongzoen, vraag ik me af. Zou de French kiss een soort universele standaard zijn, zegmaar de Bic Mac van de kus? In theorie lijkt me van wel, alleen in praktijk heb ik eigenlijk geen flauw idee. Maar als Europese trainee heb ik volop mogelijkheden om dat te gaan ontdekken. Als je werkt bij de Commissie ga je niet op zakenreis, of business trip, je vertrekt op een Missie. Dat klinkt heel interessant, alsof je uit naam van de Europese Unie de wereld gaat redden of zoiets. Dus begin ik hier met mijn eigen Missie. Ik houd u op de hoogte.
dinsdag 30 november 2010
Traditie
zondag 21 november 2010
Lastig
Ook op het idealistische vlak stelt een mens prioriteiten. Zo ben ik erg afkerig van alles wat neigt naar bio-industrie, en houd ik nauwlettend in de gaten wat voor kippenwelzijnsnummertje er op mijn ei gestempeld staat. Daarentegen maak ik me zelden tot nooit zorgen over climate change (voorheen: global warming) of uitstervende pandaberen. Het scheiden van afval is ook nooit een van mijn aandachtspunten geweest. Papier en glas apart, zo ver ben ik inmiddels wel, maar de rest pleur ik met zeer veel voldoening in één grote bak.In Brussel is dat helaas niet mogelijk. Er wordt hier gewerkt met een ingenieus systeem gekleurde zakken, waarvoor ik een begeleidend schrijven ter hand moest nemen. Het begon op het eerste gezicht logisch, namelijk met een groene zak voor het plantaardige afval. Deze zak kan echter maar van april tot november worden gebruikt. De andere maanden moeten de groene spullen namelijk in de witte zak (daarover later meer). Dan is er nog een gele zak voor papier (‘but only not food-soiled or greaseproof’). Met de blauwe zak wordt het nog weer lastiger. Deze is bedoeld voor recyclebaar verpakkingsmateriaal zoals hard plastic, aluminium bakjes en drinkverpakkingen. Dit alles dient schoon te worden aangeleverd (‘think of the person who has to hand-sort your trash on conveyer belts’). Yoghurtpotjes, dun verpakkingsplastic en aluminiumfolie moeten echter niet in de blauwe maar in de witte zak, bij al het niet-afbreekbare vuilnis.
maandag 1 november 2010
Naakt
Ik stond in een lange rij om een treinkaartje te kopen op Brussel Centraal. Achter mij een oudere heer, met wie ik aan de praat raakte over de lengte van de rij. ‘Vous n’êtes pas d’ici,’ stelde hij na drie zinnen vast. Dat vond ik niet zo leuk, want ik heb net een halfjaar in Frankrijk zitten peuteren op mijn Frans. Maar goed, voor de rest was het een heel vriendelijke meneer. We praatten een tijdje over koetjes en kalfjes en politiek en immigratie. De oudere heer kwam uit het voormalige Joegoslavië, maar in de jaren ’50 was hij naar Parijs verhuisd. En Nederland, dat kende hij wel, daar had hij wel eens een exposé gehouden.‘Waarover dan?’ vroeg ik dus. Dat stomme Frans ook. Hij had geen exposé gehouden, hij had geëxposeerd. ‘Ik ben schilder,’ verklaarde de keurige meneer. ‘Wat voor soort werk maakt u zoal?’ vroeg ik geïnteresseerd. ‘Dat kan ik u niet uitleggen, mademoiselle,’ verzuchtte de heer, ‘dat is net zoals iemand vragen wat voor muziek hij maakt. Maar,’ begon hij in zijn zakken te zoeken, ‘ik heb wel een pagina op internet. Daar kunt u misschien eens op kijken.’ ‘Heel graag,’ zei ik beleefd. Uit zijn portefeuille haalde hij een dun strookje papier waar een keurig handgeschreven internetadres op stond. Hoe snoezig, dacht ik nog.
Om vervolgens het gesprek meteen weer te vergeten, zoals die dingen nou eenmaal gaan op een station, tot het papiertje gisteren ineens uit mijn agenda kwam waaien. Ach ja, die keurige heer. Nieuwsgierig tikte ik het webadres in van Konstantin Stefanovitch, zoals hij bleek te heten. Het was een site in zwart en wit en met eenvoudig lettertype, van iemand die geboren is voor het begin van het digitale tijdperk. Ik vond een grote collectie schilderijen, maar voornamelijk elegante etsen van naakte jongedames. Die meneer Stefanovitch. Op zijn oude dag deed hij dat dan toch allemaal maar mooi. Er stond ook een mailadres bij.
Zou ik durven?
donderdag 21 oktober 2010
Perfect
Onlangs logeerde een vriend bij mij. ‘Weet je B., dat jij onmogelijk met iemand kunt samenwonen,’ sprak hij monter toen hij weer vertrok. ‘Denk je dat nou heus?’ piepte ik benauwd. Hij dacht dat heus. Goed nieuws is dan ook dat ik krap twee weken na dit onheilspellende bericht toch ineens samenwoon. In Brussel en met een man. Die man is niet mijn vriend, tenminste niet als in het begrip Vaste Relatie (dat is een klein detail). Maar goed, het is een begin.De man heet Alexander, maar dan in het Frans, dus Alexohndre. Vooralsnog doet hij het voorbeeldig. Zonnig assisteerde hij bij de verhuizing, geroutineerd pakte hij mijn moeder in en mijn spullen uit. Hulpvaardig schroefde hij zonder morren een IKEA bed in elkaar, waarna hij gelukkig wel verklaarde eigenlijk een enorme hekel te hebben aan IKEA.
Proefondervindelijke ervaring leerde mij dat Franse jongens (niet alleen Franse, trouwens) vaak een beetje ludiek zijn in het huishouden, dus had ik me terdege voorbereid op een paar middagen soppen en schrobben. De schuursponsjes had ik zelfs vast bovenin de verhuisdozen gelegd, zodat ik meteen kon beginnen. Dat bleek echter een voorbarige maatregel, want alles blonk me tegemoet. Ik vond schelpjes in de badkamer, biologisch appelsap in de koelkast en een thee-ei.
Vooral na het zien van dat thee-ei werd ik een beetje huiverig. Want het is wel zeker dat ik een veel onaangepastere en onopgeruimdere huisgenoot ben dan Alexohndre. Die op zondagochtend een eitje bakte en zorgzaam vroeg of ik dat met een hele dooier had willen hebben of juist liever niet. En zeer intellectueel interessante boeken leest en gitaar speelt. En desgevraagd verklaarde dol te zijn op zijn kleine neefje van zes. En niet eens homosueel is.
‘Ja,’ zei mijn Allerbeste Vriendin, die langskwam en meteen keurend alle keukenkastjes opentrok, ‘er is zelfs gember in huis. Hij is perfect!’ ‘Ik weet het,’ zei ik zuchtend, ‘hoe moet dat nu verder?’ Ik zal heel erg mijn best moeten gaan doen, dat is een ding dat zeker is.
zaterdag 16 oktober 2010
Kinderwens
Ben ik eindelijk zelf in het reine met het bestaan als single, gaat de wereld zich daar ineens tegen verzetten. Om te beginnen ben ik op vrije voeten een potentieel gevaar voor alle mannen die wel getrouwd en/of samenwonend zijn. Tenminste, dat ben ik niet echt natuurlijk, dat is meer een kwestie die speelt in de hoofden van hun lieftallige eega’s. Maar vooruit, dat heb ik zo zoetjesaan geaccepteerd. Inmiddels verrijst een nieuw probleem aan de horizon, dat veel essentiëler is.dinsdag 5 oktober 2010
Compleet
Jarenlang heb ik veel moeite gehad met het vrijetijdsvraagstuk. Tenminste, niet met de vrije tijd an sich natuurlijk, dat was geen probleem. De kwestie was alleen dat ik niet zoiets had als een officieel erkende hobby. Met name op CV’s was het altijd een heikel punt. En dat maakte toch dat ik me enigszins onvervuld voelde, als mens zijnde.Eindelijk compleet.
zaterdag 2 oktober 2010
Experiment
Over sommige dingen moet je niet te lang nadenken, daar moet je heel snel ‘ja’ op zeggen voor je spijt krijgt. Dat geldt in mijn geval voor buikdansen, een baan, en voor nachtwandelen met kunstenaars. De filosofie van het initiatief in kwestie was om de schoonheid van de buitenwijken van Marseille te ontdekken - middels een veertien uur durende voettocht. ‘Architecten vinden dat nou eenmaal leuk,’ knipoogde mijn vriendin Julia (architecte) opbeurend, ‘het is vast grappig.’ Dus daar was ik dan. We kregen allemaal een boekje uitgereikt met een artistiek opgetekende speurtocht. Volgens dit boekje moesten we vertrekken met een lokale trein (zonder kaartje, natuurlijk). ‘Met hoeveel zijn jullie?’ krabde de conducteur zich onder zijn pet, ‘oh, in dat geval denk ik dat ik maar even de andere kant op loop.’Klik hier voor radio Grenouille 88.8 fm
dinsdag 21 september 2010
Slaap

Met zijn tweeën is dat anders. Een tijdje ging ik uit met een jongen, een man moet ik eigenlijk zeggen, die mij altijd helemaal wilde omhelzen terwijl hij sliep. Dat was natuurlijk erg lief, maar ondertussen deed ik geen oog dicht - en kon ik geen kant op. Elke nacht hoorde ik de nabij gelegen kerkklok drie uur, vier uur, vijf uur slaan. Ik probeerde me wel eens stiekem los te maken uit zijn omarming, maar omdat hij veel groter en sterker was dan ik (dûh) lukte dat meestal niet. Op het onchristelijke tijdstip van half zes ging gelukkig de wekker van deze jonge arts, daarna kon ik dan nog twee zalige uren slapen.
Afgezien van een idyllische periode rond mijn eerste verliefdheid ben ik zelf gewoon nooit een erg sociale slaper geweest. Sowieso heb ik iets van twintig centimeter afstand nodig. Verder pak ik dekens af, neem het hele matras in beslag, lig nachten te woelen, ik kwijl, schop, snurk bij vlagen (schijnt) maar word heel kwaad als anderen dat ook gaan doen. Die hebben zich maar te gedragen, zeker als het mijn bed is. De enige die tot nu toe al zesentwintig jaar alles geduldig verdraagt is mijn beer. Hij vindt het helemaal niet erg als ik om half vier nog even een kopje thee zet, en op snurken heb ik hem ook nog nooit betrapt.
Later ga ik maar met hem trouwen, denk ik.
